Jezus aanraken

Maria mag Jezus niet aanraken tot Zijn hemelvaart, het moment dat we komende week herdenken met Hemelvaartsdag. Maar waarom mag Maria dit niet? En waarom mogen anderen Jezus later wél aanraken?

Afbeelding: LUMO Projects

Raak mij niet aan

Wanneer Maria op de paasmorgen ontdekt dat het graf van Jezus leeg is, is ze totaal van slag. Waar is het lichaam van haar Meester? Wie heeft het weggehaald?

Vertwijfeld vraagt ze de rondlopende tuinman waar het lichaam van Jezus is, maar ontdekt dat het de Heer Zélf is! Ze wil Hem omarmen, vastgrijpen, zó dankbaar is ze. Het lijkt haast bot wanneer Jezus dan ineens zegt:

Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader

Johannes 20:17 (Statenvertaling)

Maria mag Jezus niet meer aanraken tot Zijn hemelvaart. Veertig dagen later, na veel momenten van onderwijs en bemoediging, is het zover: Jezus vertrekt van de aarde.

U zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.
9 En nadat Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.

Handelingen 1:8-9 (HSV)

Thomas wel?

Maar toch… dit verhaal heeft meer nodig. Want als Maria Jezus niet mag aanraken tot Zijn hemelvaart, waarom mag Thomas dat wél1?

Thomas heeft Jezus nog niet weer gezien in levende lijve en vindt het maar moeilijk te geloven dat Jezus bij de andere discipelen is geweest:

25 De andere discipelen dan zeiden tegen hem: Wij hebben de Heere gezien. Maar hij zei tegen hen: Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger niet steek in het litteken van de spijkers, en mijn hand niet steek in Zijn zij, zal ik beslist niet geloven.

Johannes 20:25 (HSV)

Thomas wil vóelen, pas dán kan hij geloven. En Jezus komt daaraan tegemoet, lezen we een paar verzen verder:

26 En na acht dagen waren Zijn discipelen weer binnen en Thomas was bij hen. Jezus kwam terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zei: Vrede zij u.
27 Daarna zei Hij tegen Thomas: Kom hier met uw vinger en bekijk Mijn handen, en kom hier met uw hand en steek die in Mijn zij; en wees niet ongelovig, maar gelovig.
28 En Thomas antwoordde en zei tegen Hem: Mijn Heere en mijn God!

Johannes 20:26-28 (HSV)

Het diepe verlangen van Maria

Het is zó begrijpelijk wat Maria doet: door de heftigheden van de afgelopen dagen én die specifieke ochtend, kán het niet anders dat ze ongelooflijk blij is. Ze wil niets liever dan Jezus omhelzen.

Het is alsof Maria voelt: “Nu komt alles weer goed, nu is Jezus weer bij ons. Ik ben Hem één keer kwijtgeraakt, dat gaat niet nog eens gebeuren!”

En misschien, misschien is het zelfs dat Maria denkt dat dít de vervulling is van de belofte van Jezus om terug te komen2!

Maar Jezus’ opstanding is niet bedoeld om voor altijd op aarde te blijven. Dit is niét Zijn beloofde terugkomst. Het is daarom dat Hij Maria herinnert aan Zijn hemelvaart: Ik ga naar de Vader en de Heilige Geest zal worden gegeven3.

Vastklampen

Wanneer Jezus tegen Maria zegt ‘”Raak mij niet aan”, staat hier in de grondtekst het Griekse woord ‘haptou’, wat eigenlijk zegt: “Hecht je niet aan Mij, klamp Mij niet vast!4“.

Het is alsof Jezus zegt: “Ik weet hoe je terugverlangt naar hoe het was, zoals voordat Ik stierf. Maar alles gaat veranderen: Ik ga naar Mijn Vader en de Trooster zal in Mijn plaats komen. Je moet gaan wandelen in geloof, niet door Mij nog te zien of aan te raken”.

Thomas wil zich niet vastklampen, hij is op zoek naar bewijs om te kunnen geloven. Jezus biedt hem Zijn lichaam aan als levend bewijs5.

Maria én Thomas hebben meer geloof nodig om verder te kunnen. Maria om Jezus te laten gaan, Thomas om te geloven zonder zichtbaar bewijs. Maria moet haar grip op Jezus loslaten, Thomas moet zijn grip juist versterken.

Jezus geeft beide wat ze nodig hebben.

Tijdens de studieavonden over de Bijbelse feesten leg ik een nóg diepere laag uit van het niet mogen aanraken van Jezus.

Nieuwsgierig? Kijk hoe je een studiedag of -avond kunt aanvragen!

Voetnoten

  1. En ook anderen kunnen Jezus wél aanraken:

    9 Toen zij weggingen om het aan Zijn discipelen bekend te maken, zie, Jezus kwam hun tegemoet en zei: Wees gegroet! Zij gingen naar Hem toe, grepen Zijn voeten en aanbaden Hem.

    Mattheus 28:9 (HSV)

  2. 3 En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.

    Johannes 14:3 (HSV)

  3. 7 Maar Ik zeg u de waarheid: Het is nuttig voor u dat Ik wegga, want als Ik niet wegga, zal de Trooster niet naar u toe komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem naar u toe zenden.

    Johannes 16:7 (HSV)

  4. Strongs G0680
  5. Jezus doet ditzelfde overigens later ook bij de twee Emmaüsgangers:

    39 Zie Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het Zelf. Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb.
    40 En terwijl Hij dit zei, liet Hij hun de handen en de voeten zien.

    Lukas 24:39-40 (HSV)