Het Pinksterfeest op Horeb

Gods openbaring op Sinaï wordt al eeuwenlang door de joden verbonden aan het Wekenfeest. God legt hiermee een fundament voor het latere Pinksterfeest, wat niets anders is dat datzelfde Wekenfeest.

Exodus 19

Wanneer we willen kijken naar dat fundament, moeten we terug naar Exodus 19, het moment dat God zich openbaart aan het volk Israël.

Ik geloof dat de manier van het openbaren van God aan het volk Israël, zóveel overeenkomsten heeft met het openbaren van de Heilige Geest op het Pinksterfeest, dat het niet anders kan dat God een niet te verbreken verbinding wil leggen tussen deze twee gebeurtenissen.

Laten we eerst kijken naar wat er staat in Exodus 19.

16 En het gebeurde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er op de berg donderslagen, bliksemflitsen en een zware wolk waren, en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in het kamp was, beefde.
17 Mozes leidde het volk uit het kamp, God tegemoet. Zij stonden onder aan de berg.
18 De berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat de HEERE er in vuur neerdaalde. De rook ervan steeg omhoog als de rook van een oven, en heel de berg beefde hevig.
19 Het bazuingeschal werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak en God antwoordde hem met een stem.

Exodus 19:16-19 (HSV)

Stemmen en donderslagen

Het eerste wat het volk hoort en ziet, zijn de donderslagen en bliksemschichten vanuit een zware wolk. En het woord voor donderslagen wat hier wordt gebruikt is ‘qolot1’, het meervoud van ‘qol’. Een andere vertaling voor ‘qol’ is stem. In de donderslagen hoorde het volk stemmen.

The Ten Commandments (Providence Lithograph Company 1907)

Toen de joden in de periode tussen het eerste en tweede testament de bijbel in het toenmalig veelgebruikte Aramees hebben vertaald, hebben ze dit op een verklarende manier gedaan. Deze ‘targums2’, want zo heten deze vertalingen, geven een prachtig inzicht in wat de joden destijds in de tekst lazen.

En precies hier lezen we dat de joden in de laatste eeuwen voor de geboorte van Jezus, de stemmen op Sinaï lieten klinken:

16 En het was in de ochtend van de derde dag; en er waren stemmen en bliksemschichten en machtige wolken op de berg, en de stem van de bazuin was buitengewoon sterk; en alle mensen beefden die in het kamp waren.

Exodus 19:16 (Targum Onkelos)

Maar ook de bijbel zelf verbindt de donderslagen met stemmen.

5 En uit de troon kwamen bliksemstralen, donderslagen en stemmen. En er stonden zeven vurige fakkels te branden vóór de troon. Dit zijn de zeven Geesten van God.

Openbaring 4:5 (HSV)

Hoofdstukken later zien we nog zo’n voorbeeld, in hoofdstuk 10.

3 En Hij riep met een luide stem, zoals een leeuw brult. En toen Hij geroepen had, lieten de zeven donderslagen hun stemmen horen.

Openbaring 10:3 (HSV)

En dat de donderslagen duidelijk verstaanbaar waren, lezen we gelijk in vers 4 er achteraan:

4 En toen de zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, stond ik op het punt ze op te schrijven. Maar ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Verzegel wat de zeven donderslagen gesproken hebben en schrijf dat niet op.

Openbaring 10:4 (HSV)

Ook bij Jezus was er zo’n donderslag:

28 Vader, verheerlijk Uw Naam! Er kwam dan een stem uit de hemel: En Ik heb hem verheerlijkt en Ik zal hem opnieuw verheerlijken.
29 De menigte dan die daar stond en dit hoorde, zei dat er een donderslag geweest was. Anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken.
30 Jezus antwoordde en zei: Niet voor Mij is deze stem er geweest, maar voor u.

Johannes 12:28-30 (HSV)

Zeventig talen

De Midrash3, een joodse uitleg op de bijbel, gaat nóg een stap verder, zonder daarbij te weten dat dit een diepe verbinding legt naar het latere Pinksterfeest.

De Midrash vertelt dat elk woord dat God daar sprak zich in zeventig talen deelt4:

“En alle mensen zagen de geluiden (letterlijk, stemmen)” – er staat hier niet “geluid”, maar eerder “geluiden”. Rabbi Yochanan zei: “De stem zou uitgaan en zich splitsen in zeventig stemmen voor de zeventig talen, zodat alle naties zouden horen. En elke natie zou horen in de taal van de natie en hun ziel zou sterven. Maar Israël zou horen en ze waren niet geraakt.”

Midrash Exodus Rabbah 5.9

Zeventig talen die staan voor de toenmalig bekende wereld. De Midrash schetst hiermee dat God hier spreekt tot álle volken. De vloek van de talen van Babel wordt hier verbroken.

Tongentaal

De link naar tongentaal is overduidelijk.

De link naar de tongentaal in Handelingen is overduidelijk. Waar God op Sinaï spreekt tot alle volken, spreekt God, door de mensen, opnieuw tot alle volken die zich willen laten leiden door de God van Israël. In Jeruzalem komen uit alle hoeken van de toen bekende wereld de joden, of tot het jodendom bekeerde heidenen, naar de tempel toe.

Vuur

In vers 18 lezen we over het vuur waarin God neerdaalde op Sinaï. In Deuteronomium 4:11 staat zelfs dat de hele berg brandde van vuur, tot in het hart van de hemel.

11 Toen kwam u naar voren en stond onder aan de berg, terwijl de berg brandde van vuur, tot in het hart van de hemel. Er was duisternis en er waren wolken en donkerheid.

Deuteronomium 4:11 (HSV)

Het vuur staat voor de aanwezigheid van God.

Het vuur staat duidelijk voor de aanwezigheid van God. Er was één vuur voor het hele volk, Gods aanwezigheid sprak door het vuur tot het volk.

Het éne vuur op Sinaï is zichtbaar voor iedereen. Maar in plaats van dat Gods volk wordt weggehouden bij de berg, komt de heerlijkheid van God, vertegenwoordigd door de tongen van vuur, in Jeruzalem juist naar elk individu.

Belofte van het nieuwe verbond

Maar uiteindelijk zijn het niet de verschijningsvormen die de link van het ene wekenfeest naar het andere wekenfeest leggen. God doet hier wat hij eeuwen eerder al heeft laten profeteren door Jeremia.

31 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten,
32 niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE.
33 Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.
34 Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken.

Jeremia 31:31-34 (HSV)

Ik zal mijn Thora op hun hart schrijven.

God zegt hier dus: “Ik zal mijn Thora op hun hart schrijven.” Hij verwijst hier naar het moment dat Hij de Heilige Geest geeft.

Dezelfde God geeft dus zowel de Thora als de Heilige Geest. Die twee, Thora en Geest, zijn dus in zekere zin één.

God geeft beide op dezelfde feestdag, shavu’ot, aan hetzelfde volk, het joodse volk: van het vuur op de berg Sinaï tot de tongen van vuur in Jeruzalem.

Voetnoten

  1. Strongs H6963
  2. https://nl.wikipedia.org/wiki/Targoem
  3. https://nl.wikipedia.org/wiki/Midrasj
  4. https://www.sefaria.org/Shemot_Rabbah.5.9?ven=Sefaria_Community_Translation&vhe=Midrash_Rabbah_–_TE&lang=bi&with=all&lang2=en

Geef een antwoord